Carl Jung (1875-1961)

Individuatie
Individuatie is het centrale concept in de psychologie van Jung. Individuatie is de aangeboren drang van onze psyche om ons als mens te laten worden wat we in potentie kunnen zijn. Het onbewuste geeft ons daartoe steeds signalen. Dit zijn soms vage gevoelens van onbehagen, verveling, soms terugkerende gebeurtenissen/tegenslagen, allergieën en conflicten met mensen (patronen) en soms zijn dit herhalende dromen. Individuatie wordt ook geactiveerd door de levensfasen en de gebeurtenissen die we meemaken, waardoor we steeds weer nieuwe vraagstukken (thema’s) op ons pad krijgen waarop we een hoogst persoonlijk antwoord dienen te vinden. Elk levensthema is ook op een collectief niveau te bekijken, het zogenaamde archetypisch niveau.

Eigenaarschap
Vanuit de psychologie van Jung kijken naar problemen, betekent uitgaan van de aanname dat het leven ons uitdaagt om betekenis te geven aan wat ons overkomt en te onderzoeken wat ons aandeel is in een probleem of conflict. Dit is ook terug te vinden in het systeemdenken. Er is geen schuldige of goed/fout aan te wijzen, het gaat om de interacties waarin beiden/allen verantwoordelijkheid dragen. De tegenovergestelde levenshouding is om je als slachtoffer te gedragen, de ‘poor me’ te blijven spelen en alles en iedereen de schuld te blijven geven van mislukkingen en ongelukkigheid.

Schaduwwerk
Een belangrijk principe hierbij is dat de psyche streeft naar heelheid en alle onderdrukte delen van de psyche wil laten integreren. In het begin van het leven leert ieder mens gedrag af dat niet wordt geaccepteerd door de omgeving (socialisatie). We kiezen voor de beste overlevingsstrategie op dat moment om met lastige situaties om te gaan die zich op dat moment voordoen. Deze overlevingsstrategieën kunnen ons later in ons leven belemmeren om vrij te handelen. Indien we op zoek gaan naar andere gedragsalternatieven, gaan we ook aan het werk met onze schaduw. Dit is het gedrag dat we heftig afkeuren of bewonderen in de anderen.

Waarden en normen
Als jij je waarden en normen kent, leer je jezelf beter kennen. Je waarden en normen leer je kennen door jezelf af te vragen:


Bij het bepalen wat voor jou van waarde is, heb je een keuze. Waarden overkomen je niet, die kies je.

Normen en waarden geven iemand ideeën weer over wat goed, wenselijk of slecht is; ze zijn dus moralistisch. Het zijn basisovertuigingen. Is de doodstraf wenselijk of niet? Is seks voor het huwelijk toelaatbaar of verkeerd? Als iemand macht uitoefent is dat goed of slecht? Zijn leugentjes om bestwil te rechtvaardigen of juist afkeurenswaardig?

Normen en waarden bepalen iemands gedrag. Verschil in normen en waarden kan leiden tot conflicten. Stel, jij vindt dat bij een reorganisatie de slechts presterende medewerkers het eerst moeten worden ontslagen. Het bedrijfsmanagement/de vakbond vindt echter dat degenen die het kortst in dienst zijn als eersten weg moeten. Er is hier verschil van normen en waarden.

Stabiliteit
Het kenmerk van normen en waarden is dat ze tamelijk stabiel blijven. De normen en waarden die iemand nu heeft, zijn meestal dezelfde als die van volgend jaar. Doorgaans zijn normen en waarden aangeleerd. Onze ouders leren ons altijd de waarheid te spreken, niet om zaken heen te draaien maar helemaal eerlijk te zijn.

Opvattingen of overtuigingen
Waar een waarde beschrijft wat als waardevol wordt beschouwd, beschrijft een overtuiging of opvatting hoe je iets ziet of wil zien. Bijvoorbeeld: “Hij is een slechte manager”, “Zij heeft me expres een hak gezet omdat ze me niet mag”. Overtuigingen staan zelden ter discussie, de overtuiging is gewoon waarheid. Overtuigingen kunnen dus zowel rationeel en waar zijn als irrationeel en onwaar. Bij de dingen die we doen, zijn veel diepgewortelde aannames, zienswijzen en richtinggevende ideeën in het spel. Deze aannames zijn opvattingen die we voor waar houden, zelfs wanneer ze met bewijzen worden tegengesproken. In de literatuur over systeemdenken worden ze mentale modellen genoemd. Ze zijn zeer bepalend voor ons gedrag. Ze vormen onze normen van wat goed is en wat fout, wat hoort en wat niet hoort, wat mag en wat niet mag.

Familiewaarden en de schaduw
Familiewaarden bepalen in grote mate wat je als normaal gedrag beschouwt. De confrontatie met andere normen en waarden kunnen daarom heftige reacties en emoties oproepen. Jung verklaart deze heftige emoties vanuit het begrip de schaduw. Jung stelt dat in onze schaduw die aspecten van onszelf zitten die we niet onder ogen durven zien, zoals woede, jaloezie, schaamte, hebzucht of lust. Deze ‘verboden’ gevoelens en gedragingen ontspringen uit het donkere, verdrongen deel van onszelf, de persoonlijke schaduw. Iedereen heeft een schaduw die zich in de jeugd begint te ontwikkelen als gevolg van het wegstoppen van negatieve gevoelens om een acceptabel ego op te bouwen. Elk gezin kent zijn eigen taboes. In het ene gezin wordt boosheid niet op prijs gesteld en in het andere gezin worden gevoelend en emoties diep weggestopt. We ontmoeten onze schaduw als we een onverklaarbare hekel aan iemand hebben, we een onaanvaardbare karaktertrek in onszelf ontdekken of soms als woede, jaloezie of schaamte ons overweldigen. De schaduw bevat niet alleen negatieve emoties maar ook de nog niet ontwikkelde kanten van onszelf. Een ontmoeting met je schaduw biedt dus kansen voor diepgaande groei.

Niet alleen individuen beschikken over een schaduw. Groepen en zelfs landen hebben een collectieve schaduw die tot gevaarlijke daden aanleiding kan geven, zoals discriminatie, racisme, het zoeken van zondebokken en het creëren van vijandsbeelden en oorlog. Vanuit het kernkwadranten model levert het kwadrant ‘allergie’ een toegang tot je schaduw.